
Omdat dijken na verloop van tijd inzakken of uitdrogen, kunnen ze doorbreken. Daarom hebben de provincies veiligheidsnormen vastgesteld. Het waterschap is ervoor verantwoordelijk dat alle dijken aan die normen voldoen. Het Algemeen Bestuur van het waterschap heeft in 2009 het programma Regionale Keringen vastgesteld. Hier in staat welke dijken moeten worden verbeterd. Voor 2015 moeten alle keringen uit dit programma aangepakt zijn.
Dijkverbeteringen zijn vaak ingrijpend en kunnen in de omgeving voor behoorlijk wat overlast zorgen. Denkt u aan het kappen van bomen, inzet van graafmachines en verkeersomleidingen. Wij vinden het daarom belangrijk dat omwonenden goed bij het proces betrokken worden: via inspraak en met informatie via internet en nieuwsbrieven. Op deze pagina leest u wat de aanpak is voor een dijkverbetering.
1. Toetsing
Blijkt uit een controle dat een dijk te laag of te zwak is? Dan kan het zijn dat alleen groot onderhoud nodig is. Zijn de problemen groter? Dan besluit het waterschap om de dijk te verbeteren.
2. Ontwerp
Wordt met de controle duidelijk dat een dijkverbetering nodig is? Dan worden de volgende stappen gezet:
Via een inspraakprocedure kunnen omwonenden en derden ( zoals nutsbedrijven en gemeenten) aangeven wat hun wensen zijn. In overeenkomsten komt dan vervolgens te staan wat precies is afgesproken.
~ Hoe is inspraak geregeld?
4. Definitief dijkverbeteringsplan
Na de inspraakperiode wordt het plan waar nodig aangepast. Daarna stelt het waterschap het dijkverbeteringsplan definitief vast. Vervolgens wordt dit plan uitgewerkt in details, zodat het door een aannemer uitgevoerd kan worden. Zodra alle details goed uitgewerkt zijn, kan begonnen worden met de uitvoering. Dit is het startsein voor de aannemer: hij kan beginnen met de werkzaamheden. Bewoners en derden blijven gedurende de werkzaamheden geïnformeerd over de voortgang.
Bij een dijkverbetering zijn verschillende organisaties en bedrijven betrokken. Hieronder staat welke partij waarvoor verantwoordelijk is.