Het watergebiedsplan Zuidelijke Vechtplassen (bestaande uit het wgp, rapport en kaartenbijlagen; zie rechterkolom voor downloads), 5 peilbesluiten en het verslag van inspraak (deel 1 en 2; zie rechterkolom) zijn op 26 november 2008 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Wwaterschap Amstel, Gooi en Vecht. Dit watergebiedsplan betreft de polders Loenderveen, Mijnden, Breukelen Proostdij, Bethune en Muyeveld (inclusief het Loosdrechtse Plassengebied). Het watergebiedsplan bevat onder meer 5 nieuwe peilbesluiten, waterhuishoudkundige inrichting en maatregelen ter verbetering van het ecologisch functioneren van de polders.
Het ontwerp watergebiedsplan ZVP is op 18 maart 2008 door het waterschapsbestuur vrijgegeven voor de inspraak en heeft van 31 maart tot en met 9 mei 2008 ter visie gelegen. Gedurende deze periode was er voor belanghebbenden de gelegenheid tot reageren met een zienswijze. Op 8 april 2008 is een voorlichtingsavond gehouden over het plan en de inspraakprocedure.
Er zijn 101 zienswijzen binnengekomen en er zijn 12 hoorzittingen gehouden. Alle zienswijzen en hoorzitingen zijn meegenomen in een herbeoordeling van het ontwerp watergebiedsplan. Van de 101 ontvangen zienswijzen hebben er 45 betrekking op de Bethunepolder, 39 hebben betrekking op polder Muyeveld, 8 op polder Loenderveen, 6 op polder Mijnden, 1 op polder Breukelen Proostdij en 2 op meerdere polders. Na het vaststellen van het verslag van inspraak door het waterschap in november 2008 zijn de antwoorden van het waterschap op de zienswijzen verstuurd.
De 5 vastgestelde peilbesluiten zijn in december 2008 ter goedkeuring aan de provincie Utrecht en Noord-Holland aangeboden. Het vastgestelde waterinrichtingsdeel beschreven in het watergebiedsplan is ter kennisname aan Gedeputeerde Staten van beide provincies aangeboden. De Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben op QQ juni 2009 de peilbesluiten van polders Muyeveld en Loenderveen goedgekeurd (kenmerk: 2007-60794).
Gedeputeerde Staten van Utrecht hebben op 18 juni 2009 de peilbesluiten van polders Mijnden en Breukelen-Proostdij goedgekeurd (kenmerk: 2009 INT 244 275).
Op verzoek van Gedeputeerde Staten van Utrecht heeft het waterschap de goedkeuringsaanvraag voor Polder Bethune ingetrokken. Over dit peilbesluit heeft Gedeputeerde Staten van Utrecht dus geen besluit genomen. Provincie Utrecht maakt een nieuw herinrichtingsplan voor de polder Bethune en zal te zijner tijd aan het waterschap vragen om passend bij het herziene herinrichtingsplan opnieuw een peilbesluit te nemen.
De vier goedgekeurde peilbesluiten van polders Muyeveld, Loenderveen, Mijnden en Breukelen-Proostdij zullen worden ingesteld nadat de waterhuishoudkundige maatregelen zijn uitgevoerd. Een afkondiging dat de peilbesluiten in werking zullen treden zal te zijner tijd worden gepubliceerd.
Tegen de goedkeuring van de Gedeputeerde Staten van de provincies met betrekking tot de vier peilbesluiten èn de vaststelling door het algemeen bestuur van hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht met betrekking tot het watergebiedsplan is beroep mogelijk. Vanaf maandag 27 juli 2009, gedurende zes weken 2009 liggen de besluiten van provincies en waterschap ter inzage. De personen die een zienswijze hebben ingediend krijgen schriftelijk bericht wanneer deze ter visie legging begint.
Tijdens deze 6 weken dat de stukken ter inzage liggen heeft u de mogelijkheid om beroep in te stellen. De plek waar u dat beroep naar toe moet sturen is afhankelijk van het besluit waartegen u beroep wilt indienen:
U kunt het watergebiedsplan gedurende de beroepsperiode vanaf maandag 27 juli 2009, gedurende zes weken inzien op:
Het plan, het verslag van inspraak en de belangrijkste kaartbijlagen staan ook op de website van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (www.agv.nl).
31 oktober 2005 | Eerste klankbordgroepbijeenkomst |
november 2005 | Nieuwsbrief 1 |
januari 2006 | Inventarisatieavonden |
november 2006 | Nieuwsbrief 2 |
23 november 2006 | Tweede Klankbordbijeenkomst |
29 november 2006 | Terugkoppelavond voor polders Loenderveen, Mijnden, Breukelen, Proostdij en Bethune |
12 december 2006 | Terugkoppelavond polder Muijeveld |
21 juni 2007 | Derde Klankbordbijeenkomst (Europese Kaderrichtlijn Water) |
21 november 2007 | Vierde Klankbordbijeenkomst (bespreken concept watergebiedsplan) |
31 maart 2008 | Start inspraakperiode Concept watergebiedsplan Zuidelijke Vechtplassen. Vanaf deze datum was er de mogeljikheid tot inspraak door middel van een gemotiveerde, schriftelijke reactie (zienswijze). |
8 april 2008 | Voorlichtingsavond over het Ontwerp watergebiedsplan en de inspraak om 20:00 RSG Broklede Schepersweg 6a te Breukelen |
| 9 mei 2008 | Einde inspraakperiode
|
| mei t/m september 2008 | Verwerken inspraakreacties |
| 26 november 2008 | Vaststelling watergebiedsplan, 5 peilbesluiten en verslag van inspraak door algemeen bestuur waterschap |
| 17 december 2008 | Verzending schriftelijke reacties van het waterschap op de zienswijzen |
| Eerste helft 2009 | Goedkeuring peilbesluit door Gedeputeerde Staten van Utrecht en Noord-Holland |
| Na goedkeuring door GS | Het watergebiedsplan, bestaande uit 5 peilbesluiten en het waterinrichtingsplan, inclusief het verslag van inspraak en de goedkeuringsbesluiten van de provincies, worden ter visie gelegd gedurende een periode van 6 weken. Tijdens deze periode heeft men de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen zowel het goedkeuringsbesluit van GS met betrekking tot het peilbesluit, als tegen het vaststellingsbesluit van het algemeen bestuur van het waterschap, met betrekking tot het waterinrichtingsplan. |
De opgave voor het waterbeheer is de verschillende functies van dit projectgebied duurzaam te ondersteunen in hun watereisen. Bij deze watereisen kan het gaan om (grond)waterpeilen, waterkwaliteit, het optreden van kwel, het voorkomen van schade en overlast, vaarmogelijkheden, drinkwaterproduktie, etc.
De functies in een gebied vormen een complexe lappendeken waarin bovendien verschuivingen optreden. Wonen en bedrijvigheid nemen op veel plekken toe en daarmee ook de behoefte aan recreatiemogelijkheden. Landbouwers moeten steeds meer en efficiënter produceren voor een liberaliserende markt of kiezen voor een verbrede bedrijfsdoelstelling. Natuurgebieden worden robuuster gemaakt en aaneengesmeed tot een ecologische hoofdstructuur, mede omdat natuur in landbouwgebieden niet overal vanzelfsprekend is. Ook verandert het klimaat en neemt het inzicht toe dat de natuurlijke onderlegger van gebieden, het bodem- en watersysteem, niet alleen volgend maar ook sturend moet zijn voor keuzen in het beheer van de ruimte.
De som van deze ontwikkelingen maakt dat het optimale waterbeheer niet eenvoudig kan worden bepaald in een waterbeheerplan voor het gehele Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (van nu af: het waterschap). Voor de opstelling van dit watergebiedsplan is door het waterschapsbestuur gekozen in het Waterbeheerplan 'Water in een dynamische wereld’ (2006-2009), als onderdeel van een planning waarin álle gebieden aan de orde komen. Deze planning is onder andere ingegeven door de wens om eens per 10 jaar een nieuw peilbesluit vast te stellen.
Het Watergebiedsplan Zuidelijke Vechtplassen is een integraal plan dat gebiedsgericht en duurzaam een uitwerking geeft aan het Waterbeheerplan en dat wordt vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap, de provincies en gedragen door andere belanghebbenden. Het watergebiedsplan begint met de inventarisatie van het watersysteem van de Zuidelijke Vechtplassen:
Op basis van deze inventarisatie zijn maatregelen ontworpen waarvan de effecten zijn verkend. De effectieve en efficiënte maatregelen zijn gebundeld. Dit mondt uit in een peilbesluit, met dit watergebiedsplan als toelichting daarop. Het watergebiedsplan bevat de uitwerking van maatregelen die noodzakelijk zijn om het gewenste peil in te stellen, het ecologisch functioneren te verbeteren, natuur-, belevings- en gebruikswaarden te versterken, cultuurhistorische waarden te behouden en om de verdroging tegen te gaan.
Het watergebiedsplan, maakt ook aanpassingen aan de legger en aan hoofdwatergangen en doet aanbevelingen voor beheer en onderhoud. Nieuw beleid vormt een belangrijke aanleiding voor dit watergebiedsplan. In de afgelopen jaren is er op Europees, rijks- en waterschapsniveau namelijk veel nieuw waterbeleid ontwikkeld, dat gebiedsgericht uitgewerkt moet worden. Dit beleid is erop gericht om de klimaatverandering te kunnen verwerken en om een aantal slepende problemen, zoals watervervuiling en verdroging, het hoofd te kunnen bieden.
De beleving van waterproblemen en wateropgaven door burgers en belangengroepen is op verschillende manieren verkend:
Een projectteam van Waternet, de uitvoerende dienst van het waterschap, heeft bovengenoemde informatie verwerkt en heeft ook alle `technische’ informatie verzameld die voor het watergebiedsplan nodig is. Mede op basis van tussentijdse inbreng vanuit het bestuur is met dit geheel het Ontwerp Watergebiedsplan opgesteld, dat de start vormt voor de formele procedure van inspraak en bestuurlijke vaststelling.
Het plangebied is aangegeven in onderstaande figuur. Het is uitgestrekt en daarom onderverdeeld in deelgebieden. Het watergebiedsplan is per deelgebied uitgewerkt.

Gemeenschappelijk heeft het plangebied de natuurlijke onderlegger. Deze bestaat uit één grote landschappelijke gradiënt: de overgang van de hoge Goois/Utrechtse stuwwal naar het lage rivierdal van de Vecht in het westen. De hydrologische kenmerken zijn gekoppeld aan deze overgang.
Aan de oostrand liggen zandbodems. Naar het westen toe duiken deze zandbodems weg onder een geleidelijk dikker wordend veenpakket. Op de overgang van zand naar veen treedt kwel op van water dat ooit als neerslag in de stuwwal is weggezakt. Dit water is schoon en zoet en vormt het `goud’ van het plangebied.
Het centrale deel van het plangebied was in de middeleeuwen nog een uitgestrekt hoogveen. Hier domineerde regenwater. Door vervening zijn hier zodden, legakkers en, later, plassen ontstaan. Nabij de Vecht, ooit een rivierloop van de Rijn, domineerde rivierwater waardoor klei en zelfs zand is afgezet. Daarom zijn de aanliggende gronden níet verveend en zijn hier polders ontstaan met graslanden en landgoederen. De Bethunepolder is een plas die aan het einde van de 19e eeuw is drooggemaakt. Deze beschrijving maakt duidelijk dat de cultuurhistorie van het gebied rijk is en innig vervlochten met het watersysteem.
Aan de oostrand en westrand zijn bewoning en landbouw belangrijke functies. In het centrale deel overheersen recreatie en natuur. De laatste is van internationaal belang (Natura 2000 gebied de Oostelijke Vechtplassen). De Bethunepolder is een grote bron van drinkwater voor Amsterdam.
Gelet op het wettelijk voorschrift om peilen vast te stellen middels peilbesluiten, dient voor de polders die onder het Plassencontract 1963 vallen een peilbesluit vastgesteld te worden. Voor de cultuurhistorie ligt de belangrijkste opgave in de ontwikkeling van het `linielandschap’, de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Behalve het nationale landschap (NHWL) behoort het plangebied ook tot het nationale landschap Groene Hart. Dit onderstreept de opgave voor versterking van de `leesbaarheid’ en beleefbaarheid van het cultuurhistorische landschap. Voor de KRW-waterlichamen in het plangebied worden maatregelen voorgesteld om het KRW doel: Goed Ecologisch Potentieel (GEP) te halen.
Knelpunten
De plassen (centraal) vormen de grootste waterlichamen binnen het plangebied. Hier is de ambitie al jaren om de plassen weer helder te maken, rijk aan planten en dieren en met een hoge belevingswaarde voor de recreant. De Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 maken verwerkelijking van deze ambitie urgent. De huidige troebele toestand wordt veroorzaakt door een te hoog gehalte aan zwevend slib en algen. Het te hoge gehalte aan algen wordt veroorzaakt door een te hoge sulfaat- en fosfaatbelasting. Verder zijn de oevers onvoldoende ecologisch ontwikkeld. Voor het herstel van de Loosdrechtse Plassen is het van belang dat de Vechtpolders zo min mogelijk water aan de plassen onttrekken. In de huidige situatie wordt met dit water soms zelfs doorgespoeld. Uitgangspunt is dat de maatregelen geen significante schade veroorzaken voor de huidige vormen van recreatie.
Maatregelen
De aanleg van verdiepingen in de plassen wordt noodzakelijk geacht om het zwevend stof gehalte te verminderen en de plassen op te lichten uit de troebele toestand. De verdiepingen in de Loosdrechtse Plassen worden uitgewerkt binnen een apart traject met onder meer het opstellen van een milieu-effect rapportage, en dus niet binnen dit watergebiedsplan.
Door de weerbarstigheid van de troebele toestand dient de verdieping geflankeerd door andere maatregelen die helpen de fosfaatbelasting te verminderen of het waterecosysteem in een soortenrijkere toestand te brengen. Deze flankerende maatregelen worden pas uitgevoerd als de verdiepingen zijn aangelegd. De fosfaatbeperkende maatregelen liggen voor een deel buiten de plassen: beperken en defosfateren van het overstort van water uit het waterleidingkanaal (Bethunepolder) en uit de oostpunt van de Ster (het oostelijk deel van polder Muyeveld). Voorgesteld wordt om het Vechtwater dat het gebied binnen komt via de sluizen zoveel mogelijk te beperken door terugpompen van schutwater en verminderen van de lekkage. De inlaat uit het Amsterdam Rijnkanaal wordt zoveel mogelijk beperkt. Ook wordt voorgesteld het peilbeheer nog iets meer te richten op conservering van gebiedseigen water binnen de huidige marges van het plassencontract. Er zijn nog andere mogelijkheden in studie. De inlaten van de Vechtpolders worden in beheer genomen door Waternet. Vermindering van de waterbehoefte kan verder door versterking van de kwel in het achterland van de plassen, waarvoor het waterschap de provincies (als grondwaterbeheerder) zal benaderen.
Bínnen de plassen gaat het vooral om inrichtingsmaatregelen, zoals het stimuleren van het herstel van de waterriet-zomen die hier vanouds voorkwamen; onderzoek naar kosteneffectief baggeren van de westkant van de plas (de luwe zijde). Daarnaast gaat het om biologische beheersmaatregelen zoals het verwijderen van slibopwoelende brasem en de woekerende aquariumplant cabomba. Alle genoemde maatregelen in deze paragraaf komen overeen met het maatregelpakket dat voor de Kaderrichtlijn Water is ontwikkeld.
Effecten
Met deze maatregelen wordt het waterecosysteem van de plassen hersteld en wordt de KRW doelstelling: Goed Ecologisch Potentieel (GEP) bereikt. Hiermee wordt invulling gegeven aan Europese afspraken op het vlak van natuurbescherming en water (KRW en Natura 2000). Herstel van een heldere, soortenrijke plas lijkt ook goed mogelijk omdat in de voorbije jaren al grote verbeteringen zijn gerealiseerd in de chemische watersamenstelling.
De sulfaatbelasting wordt door deze maatregelen verlaagd hetgeen een verder verbetering van de waterkwaliteit oplevert omdat minder voedingsstoffen worden vrijmaakt uit veen en organische bagger. De streefwaarde voor sulfaat wordt echter met dit maatregelen pakket niet behaald.
Knelpunten
Aan de oostrand liggen de soortenrijkste en bijzonderste natuurgebieden: laagveenmoerassen met kwelvoeding komen buiten de Vechtstreek nauwelijks voor in Nederland, noch in West-Europa. Het zoddengebied vormt de hotspot van de moerasnatuur in het plangebied. De peilen zijn te star. De natuurgebieden zijn op veel plekken verdroogd en verouderd de verlanding is op teveel plekken in het eindstadium broekbos beland. De verdroging toont zich vooral in minder kwelwater dat steeds moeilijker de natuurgebieden bereikt. Voor Natura 2000 en KRW moeten deze ontwikkelingen worden omgebogen.
In het oostelijk gebied liggen ook landbouwgebieden die vooruit moeten kunnen. Hoofdopgave is hier de afwenteling van water en vervuiling uit het stedelijk gebied te beperken door verkeerde aansluitingen in de riolering. Daarbij moet natuurlijk ook voorkomen worden dat dit water en deze vervuiling terecht komen in de verder stroomafwaarts gelegen zodden en plassen. Op een aantal plekken zijn hoofdwatergangen en duikers te klein voor de waterafvoer.
Maatregelen
Voor de versterking van de kwel zijn de peilen in de Bethunepolder belangrijke sleutels. En wordt voor aanvullende maatregelen op het vlak van vermindering drinkwaterwinning Nieuw Loosdrecht samenwerking gezocht met de grondwaterbeheerder: Provincie Noord-Holland. Voor een betere benutting van de kwel is het doorstroompolderconcept ontwikkeld: door kleinschalige inrichtingsmaatregelen wordt ervoor gezorgd dat het kwelwater afstroomt via bendenstrooms gelegen natuurgebieden, in plaats van direct afgevoerd te worden naar een hoofdwatergang.
Het peilbeheer in het zoddengebied voldoet volgens de GGOR-analyse goed voor de verschillende functies. Aan de oostkant van het gebied loopt het maaiveld op en zijn door opstuwing een aantal vakken ontstaan met (soms) een hoger peil dan dat van Polder Muyeveld. Deze peilen zijn in de meeste gevallen ook nodig om droogteschade in de zomer te beperken. Daarom worden ze opgenomen in het peilbesluit, al worden er enkele samengevoegd teneinde de waterhuishoudkundige versnippering te beperken en NBW problemen op te lossen. In de oostpunt van de Ster ligt een gebied waar het zomerpeil actief verhoogd wordt door het opmalen van water uit de Drecht (Loosdrechtse Plassenwater). Omwille van dezelfde droogteschade wordt dit gecontinueerd. Door optimalisering van het beheer van bijbehorend gemaaltje door Waternet wordt wel getracht de onttrekking van water aan de plassen en zodden te beperken. Hydraulische knelpunten worden opgeheven.
Voor de verdere verbetering van de waterkwaliteit worden de gemeenten gestimuleerd om de lozingen en verkeerde aansluitingen op te sporen en te saneren, met name in Nieuw-Loosdrecht en, lokaal, in de Egelshoek. Verbetering van de waterkwaliteit is nodig voor het zoddengebied zelf maar ook voor het plassengebied dat ermee in open verbinding staat. Binnen het zoddengebied wordt in samenwerking met Natuurmonumenten gekeken of irreversibel verdroogde en verouderde zodden kunnen worden teruggebracht in het stadium van jonge verlanding zoals waterriet en krabbescheervelden. Deze jonge verlandingsstadia nemen voedingsstoffen op in plaats van ze af te geven en zijn bovendien van belang als paaigebied en/of refugium voor soorten van de plassen (bv. snoek).
Als tijdelijke maatregel wordt voorgesteld om het water uit de oostpunt van de Ster te defosfateren. Hier vloeit in natte perioden ongeveer 3 miljoen m3 vrij voedselrijk water naar de zodden en plassen. In afwachting van de reductie van deze belasting en van de realisering van de EHS in de oostpunt van de Ster kan defosfatering helpen dit afstromende water te zuiveren.
Effecten
Met de genoemde maatregelen wordt naar verwachting het GEP bereikt voor het KRW waterlichaam Loosdrechtse Zodden en een belangrijke bijdrage geleverd aan het behalen van de doelen voor Natura2000. Door het instellen van peilvakken wordt een goede drooglegging gegarandeerd en de waterafvoer is op orde.
Voor cultuurhistorie wordt het bijzondere verkavelingspatroon van het zoddengebied gerespecteerd en zelfs versterkt: voor het doorstroompolderprinicpe worden lokaal historische dwarssloten hersteld Bij het herstel van irreversibel verdroogde zodden wordt steeds uitgegaan van de oorspronkelijke ligging. Mogelijk worden ook zodden hersteld die gedempt zijn in de afgelopen decennia.
Knelpunten
In de Vechtpolders (het westen) is sprake van achterstalligheid in peilbesluiten. Daardoor is de praktijksituatie geleidelijk gaan afwijken van de oude afspraken, waardoor beheer en infrastructuur niet altijd optimaal en klimaatbestendig zijn. Een tweede hoofdopgave voor dit gebied is verbetering van de waterkwaliteit, die de afgelopen decennia is afgebrokkeld. De vroegere waterkwaliteit was bijzonder goed (Polder Mijnden is door de provincie zelfs aangewezen als hydrobiologisch waardevol water) en kan wellicht met eenvoudige maatregelen zoals aanleg van riolering en beperking van inlaat uit de Vecht al een heel eind worden hersteld. Een derde hoofdopgave hangt samen met de voortgang in de realisering van de EHS die hier plaatsvindt, waardoor samenhangende natuurgebieden (zijn) ontstaan. Dit vraagt om een ruimtelijke en hydrologische scheiding tussen natuur en agrarisch gebied, opdat elke van deze functies een peilregime en milieukwaliteit krijgen die daarbij past. Onderbemalingen zijn plaatselijk ingesteld, de grootste in polder Mijnden, en zorgen daar voor versterkte bodemdaling en problemen met waterkwaliteit en –beheer. Hydraulische knelpunten komen verspreid voor, veelal veroorzaakt door te kleine stuwen en duikers.
Maatregelen
Als belangrijkste maatregel wordt hydrologische scheiding tussen natuurgebieden en landbouwgebieden in alle drie de Vechtpolders voorgesteld. Een voorbeeld is het creëren van een peilvak met flexibel natuurpeil in het oosten van polder Mijnden (EHS-deel) en een agrarisch peilvak in het westen. Gekoppeld daaraan wordt voorgesteld de peilen in de landbouwgebieden licht te verlagen, waarbij de maximale drooglegging van 60 cm op veen niet overschreden wordt. De voorgestelde peilen zijn steeds jaarpeilen, zodat voorkomen wordt dat in het voorjaar een `schijf’ gebiedsvreemd water het gebied in vloeit. Voor de peilen in de natuurgebieden wordt voorgesteld ze, waar mogelijk, te verhogen en natuurlijk te laten fluctueren. Het effect van deze maatregelen is: minder agrarische percelen met wateroverlast, verbetering van de waterkwaliteit en minder verdroging van natuur.
Met het peilenvoorstel kunnen de onderbemalingen in de Vechtpolders volgens de voorlopige toetsing alle worden gestaakt, terwijl er toch productieve landbouw mogelijk blijft. Het daadwerkelijk opheffen van de onderbemalingen is een apart bestuurlijk traject.
Het aantal peilvakken in de Vechtpolders neemt af, ondanks de hydrologisch scheiding van landbouw- en natuurgebieden. Dit komt doordat het aantal peilvakken bínnen het agrarisch gebied, met name de onderbemalingen, wordt teruggebracht.
Voorgesteld wordt om de te krappe duikers en/of watergangen te vervangen en te verruimen. De capaciteit van veel hoofdwatergangen is groot genoeg voor de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers en/of onderhoudsmethoden. De trajecten waar dit kan zijn aangegeven. Vervolg onderzoek zal bekijken wat precies mogelijk is.
De riolering in de Vechtpolders dient snel op orde gebracht, de gemeenten Loenen en Breukelen ronden de aanleg van de riolering de komende jaren af. De beëindiging van de onderbemalingen vermindert de belasting die optreedt door veenafbraak. De peilvoorstellen maken het gebied minder afhankelijk van aanvoerwater. Tenslotte worden de particuliere inlaten vanuit de Vecht afsluitbaar gemaakt, qua diameter beperkt of wordt de overloop van dit water naar de polder overbodig gemaakt. Dit alles leidt tot een verbetering van de –nu verslechterende- waterkwaliteit.
Een bijzondere situatie betreft het natuurgebied Terra Nova in het Noord-Westen van polder Loenderveen. Dit gebied bestaat, samen met de aangrenzende Loenderveense Plas, voornamelijk uit water en is daardoor veel gevoeliger voor voedingsstoffen in het water dan de poldersloten. Hier zijn in de winter van 2003-2004 herstelmaatregelen uitgevoerd, die hebben geleid tot een `tussenstadium’ in het herstel van het water-ecosysteem. Dit tussenstadium veroorzaakt hinder bij de aanliggende bewoners, door blauwwierbloei en uitbundige groei van voedselminnende waterplanten. Om dit probleem op te heffen wordt een hydrologische scheiding voorgesteld tussen Terra Nova en het overig deel van de polder, in combinatie met natuurlijk fluctuerende peilen in Terra Nova en Loenderveen-Oost en een aantal flankerende maatregelen op het vlak van inrichting en faunabeheer.
Effecten
Door het voorgestelde maatregelen pakket zullen de functies van de Vechtpolders optimaal functioneren. De drooglegging en grondwaterstanden passen beter bij de agrarische functie, de aan en afvoer van water is op orde en de ecologische waarde van de Vechtpolders zal toenemen.
Met de voorgestelde maatregelen wordt bereikt dat alleen de Beringde Landen (bij Breukelen) en de Loenderveense Plassen/Terra Nova uit de Loosdrechtse plassen worden gevoed en dat de inlaatbehoefte van deze gebieden door het peilenvoorstel wordt geminimaliseerd. Door het verminderen van de fosfaatbelasting en instellen van flexibel peil wordt het GEP voor Terra Nova en Loenderveen-Oost behaald.
Nog belangrijker voor het herstel van de Loosdrechtse Plassen is dat vanuit het Waterleidingkanaal, aan de oostrand van de Vechptolders, niet langer ongezuiverd Bethunewater op de plas vloeit. Door de capaciteit van het Waterleidingkanaal beter te benutten en/of defosfatering wordt hier een grote bron van fosfaatbelasting geëlimineerd. Te samen met de verdiepingen wordt met deze voorgestelde maatregelen het GEP (Goed Ecologisch Potentieel) van de Loosdrechtse plassen bereikt. De waterafvoer in de Vechtpolders functioneert na oplossen van hydraulische knelpunten optimaal.
Als gevolg van de voorgestelde peilverlagingen in het gebied kunnen funderingen van bebouwing worden aangetast. In de polder Mijnden blijkt bij een klein aantal woningen een nader onderzoek en/of beschermende maatregelen (hoogwatervoorzieningen) nodig te zijn. Voorgesteld wordt dat het hoogheemraadschap de uitvoering en kosten hiervoor voor haar rekening neemt, hoewel de peilverlagingen niet groter zijn dan de historische maaivelddaling en het hoogheemraadschap dus strikt genomen niet hiertoe verplicht is. Opgemerkt wordt dat de verantwoordelijkheid voor bescherming van de fundering bij de eigenaren blijft liggen. Het wateroverschot vanuit de hoogwatervoorziening ten noorden van het gemaal Mijnden wordt naar rechtstreeks naar de Vecht teruggepompt waardoor de invloed van gebiedsvreemd water voor deze kwelpolder met hoge natuurpotentie zo klein mogelijk is.
Door de vernatting in de natuurgebieden in Mijnden-Oost wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van het cultuurhistorische linieland, de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Voor meer informatie over dit watergebiedsplan kunt u het waterschap bellen via telefoonnummer 0900 93 94 (lokaal tarief).

Copyright © Topografische Dienst, Emmen
De uitvoerende taak van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht wordt verricht door Waternet.
