Hoe hoog moet de dijk zijn?

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft als uitgangspunt dat bij het versterken van de dijk met grond, deze voor de komende 30 jaar moet blijven voldoen aan de gestelde eisen. Het gedeelte van de dijk dat nu niet op hoogte is voor de komende 30 jaar, wordt meegenomen in het dijkverbeteringsproject.

Hoeveel de dijk moet worden verhoogd is afhankelijk van verschillende factoren (zie ook de afbeelding hieronder).

  • De hoogte van de dijk wordt getoetst aan de afkeurhoogte. De afkeurhoogte is gelijk aan de maatgevende hoogwaterstand plus een waakhoogte (zie figuur).
    • De maatgevende hoogwaterstand (MHW) of maatgevend boezempeil. Bij de Aa is de MHW NAP + 0,00 meter.
    • De waakhoogte is een marge van 10 centimeter die wordt aangehouden in verband met opwaaiing en golfoverslag (door de wind kan het water hoger komen te staan).
  • De afkeurhoogte voor de dijk bij de Aa is NAP + 0,10 meter.
  • In dit gebied komt bodemdaling voor. Deze bodemdaling is ongeveer 7 millimeter per jaar. Bij het bepalen van de ontwerphoogte van de dijk wordt hier rekening mee gehouden.
    • De dijkversterking is voor 30 jaar. Bij 30 jaar is de bodemdaling 30 x 0,007 meter = 0,21 m in 30 jaar.
  • De ontwerphoogte wordt dan afkeurhoogte plus bodemdaling voor 30 jaar = NAP + 0,10 meter + 0,21 meter = NAP + 0,31 meter.
  • De hoogte waarop de dijk uiteindelijk aangelegd wordt zal nog iets hoger zijn dan de ontwerphoogte. Dit vanwege extra hoogte, de overhoogte, die nodig is om bodemdaling als gevolg van de ophoging zelf te compenseren.
  • De uiteindelijk aanleghoogte bij de Aa = NAP + 0,40 meter.
  • Hoeveel we de dijk precies moeten ophogen, verschilt per locatie op de dijk en hangt af van de huidige hoogte van de dijk. Gemiddeld verhogen we de dijk ongeveer 0,30 meter.


Hoeveel een dijk moet worden verhoogd